Successiewet 1956 — tegenlezingEditie 2026

DE VRIJSTELLING

Dag 009 · Landenreeks — Zwitserland

Het raadsel van de stembus: waarom 78 procent nee zegt tegen een belasting voor de rijkste twee procent

3 augustus 2026 · herzien 7 augustus · leestijd 9 min

Voor politieke economen is het een van de hardnekkigste raadsels van de democratie, en Zwitserland heeft het twee keer in vivo opgevoerd. Op 14 juni 2015 mocht het Zwitserse volk — als enige electoraat ter wereld, ooit — rechtstreeks stemmen over de invoering van een nationale erfbelasting: twintig procent, uitsluitend boven een vrijstelling van twee miljoen frank, opbrengst naar de AHV, de Zwitserse AOW. Het mediaanmodel van de politieke economie voorspelt de uitslag moeiteloos: een overweldigende meerderheid zou nooit één frank betalen en zou meedelen in de opbrengst, dus stemt zij voor. De werkelijke uitslag: 71 procent tegen, en niet één van de zesentwintig kantons voor. Tien jaar later, op 30 november 2025, kreeg het volk de vraag opnieuw voorgelegd, ditmaal via het initiatief van de jonge socialisten voor een federale erf- en schenkbelasting op de grootste vermogens. Uitslag: 78,3 procent tegen. Een decennium waarin vermogensongelijkheid het publieke debat domineerde, had de afwijzing niet doen slinken maar met ruim zeven procentpunt doen groeien. Wie de erfbelasting begrijpen wil, moet dit raadsel oplossen — en de oplossing is voor haar Nederlandse verdedigers slecht nieuws.

I. Het stelsel dat de kiezers verdedigden

Eerst de feiten over wat de Zwitsers behielden. Een federale erfbelasting bestaat niet; heffing is kantonaal. Echtgenoten zijn in elk kanton vrijgesteld; directe afstammelingen in vrijwel alle — de uitzonderingen zijn Appenzell Innerrhoden, Vaud en Neuchâtel, met doorgaans bescheiden tarieven. Obwalden en Schwyz heffen op geen enkele verkrijging iets; verre verwanten en niet-verwanten betalen elders wél, soms fors. Een Zwitsers kind erft het ouderlijk huis dus vrijwel overal belastingvrij, ongeacht de waarde. Maar — en dit is het scharnier van het hele essay — Zwitserland is daarmee geen land dat vermogen ontziet. Elk kanton heft een jaarlijkse vermogensbelasting over het werkelijke nettovermogen van de levenden, een heffing die Nederland niet kent en die de Zwitserse schatkisten structureel en substantieel vult. De Zwitserse orde berust dus op een expliciete ruil: vermogen wordt belast — jaarlijks, transparant, bij mensen die leven, plannen en betalen kunnen — en het sterfbed wordt met rust gelaten. Wie de Zwitserse uitslagen leest als "de rijken wonnen", mist deze architectuur volledig. De kiezers verwierpen geen vermogensbelasting; die hébben zij. Zij verwierpen het principe dat een overlijden een belastbaar feit is.

II. Drie verklaringen voor het raadsel

Waarom stemt een meerderheid die nooit zou betalen, twee keer massaal tegen? De politiek-economische literatuur reikt drie elkaar versterkende verklaringen aan, en de Zwitserse campagnes illustreren ze alle drie. De eerste is het inzicht dat kiezers niet in klassen denken maar in gezinnen en levenslopen — het mechanisme dat Bénabou en Ok als de "prospect of upward mobility" formaliseerden: mensen beoordelen een vermogensheffing niet naar hun huidige banksaldo maar naar het huishouden dat zij hopen op te bouwen en na te laten. Een aanslag op de nalatenschap van "de rijken" wordt gelezen als een aanslag op de bestemming van het eigen levensproject. De tweede verklaring is institutioneel wantrouwen, en zij is rationeel: elke erfbelasting in de geschiedenis is ingevoerd met de verzekering dat zij alleen de allerrijksten zou treffen, en vrijwel elke is via bevroren drempels en gestegen vermogensprijzen de middenklasse ingegroeid — de Nederlandse, met haar kindvrijstelling van € 26.230 tegen een gemiddelde koopwoning van bijna een half miljoen, is er het schoolvoorbeeld van. Zwitserse kiezers rekenden in 2015 voor dat twee miljoen frank vrijstelling, bij Zwitserse vastgoed- en bedrijfswaarderingen, ook boerderijen en familiebedrijven over de drempel zou duwen. De derde verklaring is de eenvoudigste: er lag een alternatief. Wie vermogensconcentratie wil belasten en al een jaarlijkse vermogensbelasting heeft, hoeft de rouwkaart niet als aangiftebiljet te gebruiken. De keuze was nooit "erfbelasting of niets". De keuze was "waar heffen wij: in het leven of in het sterfhuis" — en die vraag beantwoordt een mens, ongeacht inkomen, met zijn moraal.

Het eerlijke tegenwoord: men kan de uitslagen ook lezen als geslaagde campagnevoering van kapitaalkrachtige belangen, en de vermogensongelijkheid in Zwitserland is reëel — het initiatiefcomité van 2015 wees er terecht op dat de rijkste twee procent evenveel bezit als de overige achtennegentig. Beide observaties verdienen erkenning. Maar zij verklaren het patroon niet. Campagnegeld verklaart geen 71 procent, en al helemaal geen groei náár 78 in een decennium waarin het ongelijkheidsdebat luider werd, de JUSO haar initiatief aan het populairste thema van de tijd koppelde en de tegenstanders van 2015 hun kruit al verschoten hadden. De zuinigste verklaring is de ongemakkelijkste: het volk heeft de vraag begrepen, tweemaal, en tweemaal hetzelfde geantwoord — het tweede maal harder.

III. De les voor een land zonder stembus

Nederland legt zijn erfbelasting nooit aan de kiezer voor. Zij zit gevouwen in belastingplannen en regeerakkoorden, te klein om een verkiezing te dragen, te pijnlijk om solitair te verdedigen. De Nederlandse burger die haar wil afschaffen, kan nergens heen met die wens — er is geen referendum, geen initiatief, geen hokje. Zwitserland bewijst wat er gebeurt wanneer dat hokje er wél is: het enige volk dat ooit kaal mocht antwoorden op de vraag "wilt u dit?", antwoordde nee, en bij herkansing luider nee. Er is geen serieuze reden om aan te nemen dat Nederlanders — die dezelfde gezinnen vormen, dezelfde huizen nalaten en dezelfde rouw kennen — wezenlijk anders zouden stemmen. Er is wel een reden waarom niemand het ze vraagt. Drie routes zijn nu gedocumenteerd in deze reeks: de rechter (Oostenrijk), de regering (Zweden), de stembus (Zwitserland) — drie wegen, één bestemming, nul terugkeer. Alle vier — inclusief de vierde, stille route via Noorwegen en Canada — staan naast elkaar in hoofdstuk 5 van het Standaardwerk. Waarom Nederland de vierde route moet openen, staat in het manifest; wat het stelsel intussen uw gezin kost, in het rekenformulier.

Veelgestelde vragen

Heeft Zwitserland erfbelasting?

Geen federale; de kantons heffen. Echtgenoten zijn overal vrij, kinderen in vrijwel alle kantons (uitzonderingen: Appenzell Innerrhoden, Vaud, Neuchâtel); Obwalden en Schwyz heffen niets. Wél kennen alle kantons een jaarlijkse vermogensbelasting bij leven.

Hoe liepen de volksstemmingen af?

14 juni 2015: 71% nee en alle kantons tegen (initiatief: 20% boven 2 miljoen frank, voor de AHV). 30 november 2025: 78,3% nee tegen het JUSO-initiatief. De afwijzing groeide met ruim zeven procentpunt.

Waarom stemmen mensen tegen een belasting die zij zelf nooit zouden betalen?

Zij denken in gezinnen en levenslopen (Bénabou & Ok), wantrouwen — historisch terecht — de belofte dat drempels stabiel blijven, en beschikken over een alternatief dat vermogen bij de levenden belast: de jaarlijkse kantonale vermogensbelasting.

← alle dagen