Erfbelasting ontwijken: de rijken wél, het midden niet
Twee afspraken, dezelfde notaris, dezelfde week. Om twee uur zit een weduwnaar tegenover haar: zijn vrouw dreef een klein administratiekantoor, hij moet het pand verkopen om de aanslag te kunnen betalen, en hij wil weten of dat sneller kan dan de makelaar belooft. Om vier uur schuift een familie aan wier vader een holding naliet — ruim boven de miljoenen, ruim binnen de bedrijfsopvolgingsregeling, jaren geleden al voorbereid met huwelijkse voorwaarden op maat. Bij de eerste familie int de fiscus binnen enkele maanden tot twintig procent. Bij de tweede, over een veelvoud van het vermogen, blijft de teller nagenoeg op nul staan. Dezelfde wet. Dezelfde notaris. Twee werelden.
Wordt erfbelasting vooral ontweken door wie het zich kan veroorloven? De cijfers zeggen ja: het aandeel nalatenschappen dat buiten het zicht van de fiscus blijft, steeg van 9,4% in 2007 naar 39,2% in 2021, blijkens onderzoek van Van Denderen en Van Denderen. De opbrengst van de erfbelasting zelf bleef in diezelfde jaren vrijwel gelijk — ondanks fors gegroeide vermogens. Wie voluit betaalt, is zelden wie het meeste heeft.
Het argument dat de heffing zichzelf corrigeert
Eerst het sterkste tegenargument, want dat verdient het. Voorstanders van de huidige erfbelasting wijzen erop dat het stelsel juist progressief is opgetuigd: kinderen betalen tot twintig procent, kleinkinderen tot zesendertig, wie geen familie is tot veertig — hoe groter de verkrijging, hoe hoger het tarief. En de Belastingdienst zit niet stil: sinds 2015 is ruim honderdtien miljoen euro nagevorderd bij vermogende Nederlanders die via een constructie met een woonplaats op het drielandenpunt — verhuizen naar Zwitserland of België, de vennootschap naar Malta of Luxemburg — probeerden te ontkomen. Dat is geen kleine jacht. Dat is bewijs, zeggen de verdedigers, dat de staat de sterkste schouders wél weet te vinden, en dat ontwijking eerder uitzondering dan regel is.
Het argument klopt voor zover het gaat: de tarieftabel is inderdaad progressief, en de opsporingsdienst heeft inderdaad successen. Maar het beantwoordt niet de vraag die telt. Een tarieftabel is alleen progressief voor het deel van het vermogen dat er daadwerkelijk in valt. Wat systematisch buiten de tabel wordt gehouden — via vrijstellingen die naar hun aard aan de top landen, via structuren die alleen lonen boven een bepaald bedrag, via de tijd en adviseurs die alleen wie tijd en geld heeft zich kan veroorloven — telt in geen enkele tariefstatistiek mee. De honderdtien miljoen euro aan naheffingen is echt, en ook klein: minder dan anderhalf procent van de ruim € 9,7 miljard die in 2021 alléén al buiten de aangifte bleef.
Waar het lek werkelijk zit
Drie routes verklaren het gat tussen wat de wet belooft en wat de schatkist ontvangt, en geen van drieën vergt iets illegaals. De eerste is de bedrijfsopvolgingsregeling: in 2026 is de eerste € 1.543.500 aan ondernemingsvermogen per verkrijging volledig vrijgesteld, en driekwart van alles daarboven. Dat is geen marginale post. Het Interdepartementaal Beleidsonderzoek Vermogensverdeling rekende in 2022 voor dat de rijkste één procent huishoudens tachtig procent bezit van het vermogen in box 2 — het aanmerkelijk belang, de aandelen in eigen vennootschappen, precies het vermogen waarvoor de BOR is bedoeld. Een vrijstelling die is toegesneden op bedrijfsvermogen, is daarmee vrijwel per definitie een vrijstelling die zich concentreert waar het meeste bedrijfsvermogen zit: aan de top.
De tweede route is nieuwer en preciezer. Op 16 februari 2024 oordeelde de Hoge Raad dat het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden geen schenking oplevert, ook niet wanneer partners daardoor ongelijke delen van de huwelijksgemeenschap krijgen — behalve in het uitzonderlijke geval van wetsontduiking. Voor wie dat tijdig met een notaris regelt, ontstaat zo een band waarmee de eerste erfbelasting-aanslag bij overlijden van een partner kleiner uitvalt. Legaal, sinds de hoogste rechter het toestond. Ook hier geldt: de route staat juridisch open voor iedereen, maar wie geen notaris in de arm neemt om zijn huwelijkse voorwaarden te laten doorrekenen, gebruikt haar nooit.
De derde route is de eenvoudigste en de grootste: gewoon niet aangeven, of te laag aangeven, van vermogen dat zich daar goed voor leent — buitenlandse rekeningen, ondergewaardeerde bezittingen, familieconstructies die de Belastingdienst niet vanzelf op het spoor komt. Precies dát is wat het onderzoek van Van Denderen en Van Denderen blootlegt: geen incident, maar een structurele en groeiende stroom. Van de drie routes is dit de enige die zich niet netjes tot alleen de top laat herleiden — maar de omvang, gemiddeld ruim zeventigduizend euro per onaangegeven nalatenschap in 2020, wijst niet naar de gemiddelde spaarrekening.
De rekening van wie niet ontwijkt
Wat overblijft, betaalt het gezin dat geen van deze routes neemt: geen holding om in de BOR onder te brengen, geen notaris die jaren vooruit huwelijkse voorwaarden herschrijft, geen buitenlandse rekening om te vergeten aan te geven. Eén huis, één spaarrekening, één aangifte die de Belastingdienst zonder moeite kan controleren omdat er niets te verbergen is. Deze familie draagt de volle tariefgroep — tot twintig procent voor een kind — over een grondslag die, anders dan bij een holding, niet valt te herwaarderen, uit te stellen of te structureren. Zij is niet de uitzondering die de opsporingsdienst moet vinden. Zij is de norm, en de norm betaalt.
Dat is de eigenlijke aanklacht van dit stuk, en zij is preciezer dan "de rijken ontwijken en de rest betaalt". De heffing werkt niet ondanks haar constructie regressief binnen de vermogenden — zij werkt zo dóór haar constructie. Een vrijstelling die alleen loont boven anderhalf miljoen, is per ontwerp een vrijstelling voor wie boven anderhalf miljoen zit. Een route die een notaris en jaren vooruitplanning vergt, is per ontwerp een route voor wie zich een notaris en vooruitplanning kan veroorloven. De cijfers van Van Denderen en Van Denderen laten zien wat daarvan het resultaat is: een opbrengst die tussen 2007 en 2021 nauwelijks van haar plaats kwam terwijl het totale nagelaten vermogen groeide — het duidelijkste teken dat de last is verschoven, niet verdwenen.
Wat hiermee te doen staat
Twee reacties liggen voor de hand, en beide zijn al geprobeerd. De eerste: de gaten dichten — de BOR versmallen, de aangifteplicht verzwaren, de opsporing verder uitbreiden. Onderzoekers bepleiten precies dat: verplichte aangifte ongeacht omvang, een langere navorderingstermijn. Het zal iets helpen, en pogingen daartoe lopen al jaren — met als resultaat de cijfers die dit stuk aanhaalt. De tweede reactie is fundamenteler: als een heffing structureel alleen goed te innen is bij wie geen adviseur inschakelt, is het probleem niet de uitvoering. Het is het ontwerp. Precies dat zagen Oostenrijk en Zweden ook: een erfbelasting die alleen bij wie niet plant nog wat oplevert, is geen instrument tegen ongelijkheid meer. Zij is een aanslag op onwetendheid.
Wie zelf wil zien wat níets doen kost — en wie dus zonder BOR, notaris of buitenlandse rekening de volle tariefgroep draagt — vindt het antwoord in het rekenformulier. Wat de rijken wél weten te vermijden, rekent hoofdstuk 4 van het Standaardwerk naast wat het midden betaalt. Waarom dit blog vindt dat de oplossing niet in nog een reparatiewet zit maar in afschaffing, staat in het manifest. De familie van twee uur en de familie van vier uur zullen dan eindelijk hetzelfde overkomen: niets.
Veelgestelde vragen
Hoeveel erfbelasting wordt in Nederland ontweken?
Het aandeel nalatenschappen dat onaangegeven bleef, steeg van 9,4% in 2007 naar 39,2% in 2021 (Van Denderen & Van Denderen, 2023) — circa € 9,7 miljard, tegen € 3,5 miljard ruim tien jaar eerder.
Waarom groeit de opbrengst van de erfbelasting niet mee met de vermogens?
De totale nalatenschappen namen tussen 2007 en 2021 flink toe, maar de opbrengst bleef steken rond € 1,6 à 1,7 miljard per jaar — een teken dat een groeiend deel buiten het zicht van de fiscus blijft in plaats van dat er minder te erven viel.
Hoe ontwijken vermogenden erfbelasting legaal?
Vooral via de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR), die in 2026 tot € 1.543.500 per verkrijging volledig vrijstelt, en via herziening van huwelijkse voorwaarden, sinds de Hoge Raad dat op 16 februari 2024 buiten uitzonderingsgevallen toestond.
← alle dagen