Successiewet 1956 — tegenlezingNaslag

DE VRIJSTELLING

Naslag · Erfbelasting broer, zus

Erfbelasting broer, zus 2026: vrijstelling en tarief

Bijgewerkt 11 augustus 2026 · leestijd 3 min · Successiewet 1956

Een broer, zus of ander niet-familielid betaalt in 2026 erfbelasting over alles boven € 2.769 — de laagste vrijstelling van de hele wet — tegen 30% tot de schijfgrens van € 158.669 en 40% daarboven. Op een verkrijging van € 50.000 is dat ruim € 14.000, tegen nog geen € 2.400 voor een kind op exact hetzelfde bedrag.

De duurste tariefgroep van de Successiewet

De wet kent drie tariefgroepen. Partner en kind krijgen de ruimste vrijstellingen en het laagste tarief; kleinkinderen een gelijke vrijstelling met een hoger tarief; en alles daarbuiten — broers, zussen, ooms, tantes, vrienden, een buurvrouw die twintig jaar voor iemand zorgde — valt in de restgroep "overige verkrijgers". Die groep deelt één vrijstelling (€ 2.769) en één tarief (30%/40%), ongeacht de werkelijke band met de erflater. Een broer die een leven lang voor een gehandicapte zus zorgde, betaalt hetzelfde tarief als een verre kennis die toevallig in een testament stond. Het Standaardwerk weegt in hoofdstuk 2 waarom de wet verwantschap zo grofmazig indeelt; dag 012 laat zien dat de wetgever soortgelijke indelingen elders al als achterhaald erkende.

Rekenvoorbeeld: kind en overige verkrijger naast elkaar

Stel: een kind en een broer of zus erven samen een nalatenschap van € 100.000, ieder de helft. Kind: € 50.000 min € 26.230 vrijstelling is € 23.770 belast, tegen 10% is dat € 2.377. Broer of zus: dezelfde € 50.000 min slechts € 2.769 vrijstelling is € 47.231 belast, tegen 30% is dat € 14.169 — precies zes keer zoveel, op een identiek bedrag.

Reken uw eigen situatie door met deze cijfers al ingevuld in de rekentool — pas de bedragen aan naar uw eigen situatie en zie de aanslag direct herrekend.

Ook bij leven blijft de vrijstelling laag

Wie bij leven al iets wil overdragen aan een broer, zus of ander niet-familielid, stuit op dezelfde grens: de jaarlijkse schenkvrijstelling voor "overige verkrijgers" is € 2.769 — hetzelfde bedrag als de erfbelastingvrijstelling, en veel lager dan de € 6.908 die een kind jaarlijks belastingvrij kan ontvangen. Boven dat bedrag wordt een schenking aan een broer of zus tegen dezelfde 30%/40% belast als een latere erfenis. Vroeg beginnen helpt dus wel — elk jaar binnen de vrijstelling is een jaar minder belasting later — maar de restgroep "overige verkrijgers" heeft, anders dan kinderen, geen instrument dat het verschil in één keer dicht.

Veelgestelde vragen

Hoeveel erfbelasting betaalt een broer of zus in 2026?

Vrijstelling € 2.769, tarief 30% tot € 158.669 en 40% daarboven. Op € 50.000 is dat € 14.169 — precies zes keer zoveel als een kind op hetzelfde bedrag.

Waarom is de vrijstelling voor een broer of zus zo laag?

De hoge vrijstellingen zijn gereserveerd voor partner en kinderen; alle overige verwantschap deelt de laagste vrijstelling en het hoogste tarief, ongeacht de feitelijke band met de erflater.

Wat valt er allemaal onder "overige verkrijgers"?

Broers, zussen, ooms, tantes, neven, nichten, vrienden en iedereen zonder partner-, kind- of kleinkindrelatie. Vrijstelling € 2.769, tarief 30–40%.

← naar de voorpagina